Over de behandeling van letselschades door belangenbehartigers op “no cure no pay” basis bestaat veel onduidelijkheid. Slachtoffers zijn onvoldoende bekend met de wijze waarop de betaling van de belangenbehartiging kan worden geregeld. No cure no pay lijkt wellicht altijd financiële veiligheid te bieden. Maar dat is beslist niet het geval. De werkelijke kosten voor rechtshulp kunnen namelijk als onderdeel van de schade vrijwel altijd op de tegenpartij worden verhaald. Dat is wettelijk zo geregeld!
Wat houdt “no cure no pay” in?
Een tariefafspraak tussen het slachtoffer en zijn belangenbehartiger op basis van no cure no pay houdt in, dat het slachtoffer een vooraf overeengekomen percentage als honorarium moet betalen aan de belangenbehartiger als de zaak succesvol wordt geregeld en niks hoeft te betalen als de zaak niet succesvol wordt opgelost. Dit percentage wordt berekend over het totale schadebedrag. Het gaat vaak om 15 tot 25% van dat bedrag. En daar komt dan ook de BTW nog bij (20% in 2008). Als reden wordt meestal genoemd dat het slachtoffer een groot risico loopt de kosten voor rechtshulp zelf te moeten betalen, bijvoorbeeld omdat de verzekeraar moeilijk doet over de schuldvraag of moeilijk doet over de vaststelling van de schade. Voor het overnemen van dat risico moet het slachtoffer dan 15% tot 25% van zijn schadevergoeding afdragen.
Voorbeeld van honorariumafspraak 15%
De letselschade wordt in 2007 voor € 100.000,00 geregeld.
Het slachtoffer is in zo’n geval 15% plus 19% BTW aan honorarium verschuldigd.
In plaats van € 100.000,00 krijgt het slachtoffer dus slechts € 82.150,00.
De overige € 17.850,00 is het slachtoffer kwijt aan honorarium
De belangenbehartigers die zo werken, claimen naast een honorarium bij het slachtoffer ook altijd nog de werkelijk gemaakte kosten voor rechtshulp op de tegenpartij. Dat is wettelijk immers geregeld. Lang niet altijd worden de door de tegenpartij betaalde kosten voor rechtshulp in mindering gebracht op het honorarium. De belangenbehartiger ontvangt dan (1) een honorarium van het slachtoffer en (2) daarnaast een bedrag van de tegenpartij. Dat is dubbelop. En in onze visie niet acceptabel.
Praktijk
Indien iemand letsel oploopt door toedoen van een ander door bijvoorbeeld een verkeersongeval, een bedrijfsongeval of een medische fout, moet de tegenpartij de schade betalen die daardoor veroorzaakt is. Ook de kosten voor rechtshulp! Dat is geregeld in onder andere de artikelen 6:95 en 6:96 van het Burgerlijk Wetboek.
De schade bestaat uit meerdere onderdelen, die afzonderlijk van elkaar moeten worden vastgesteld, zoals bijvoorbeeld:
- smartengeld
- reiskosten, ziektekosten, kledingschade, bagageschade
- schade door de behoefte aan hulp in de huishouding
- schade door verlies van zelfwerkzaamheid
- schade door verlies van verdienvermogen (inkomensschade)
Maar ook:
- de redelijke kosten ter verkrijging van schadevergoeding zonder gerechtelijke procedure, de zogenaamde buitengerechtelijke kosten
De (verzekeraar van de) aansprakelijke tegenpartij moet de door hem veroorzaakte schade betalen, dus ook de volledige kosten van de belangenbehartiger. Dat is een recht van het slachtoffer.
Nog duidelijker: een belangenbehartiger die werkt op no cure no pay basis in een zaak waarin de aansprakelijkheid is erkend, doet het slachtoffer waarvoor hij optreedt ernstig tekort. Want door het honorarium dat nog op de schade in mindering wordt gebracht krijgt het slachtoffer niet zijn volledige schade vergoed. In het TV programma Zembla werd op zondag 11 november 2007 zelfs de term diefstal gebruikt. Wij hebben daar niets aan toe te voegen.
Samengevat
Bij de meeste schadegevallen hoeft het slachtoffer niets te betalen voor de rechtshulp als de aansprakelijkheid van de tegenpartij vaststaat en als de schade voor vergoeding in aanmerking komt. In de wet staat dat de tegenpartij in dat geval niet alleen de persoonlijke schade van het slachtoffer moet betalen, maar daarnaast ook de kosten van de belangenbehartiger. Dat heeft de wetgever niet voor niets zo helder geformuleerd.
Op basis van no cure no pay moet het slachtoffer in die situatie juist wel het honorarium van zijn belangenbehartiger (meestal 15% tot 25%) betalen. Hij houdt dus van zijn schadevergoeding fors minder over.
Wij adviseren daarom in dergelijke zaken geen afspraken te maken op basis van no cure no pay.
Geen no cure no pay bij Nostimos
Nostimos kiest bewust al meer dan 10 jaar niet voor het principe van no cure no pay. De basis van die keuze ligt in de wet. Een slachtoffer dat op geen enkele manier heeft bijgedragen aan het ontstaan van zijn/haar letsel, moet in onze ogen geen kosten voor een belangenbehartiger hoeven maken. Daar staan wij voor.
Neem contact op met Nostimos
Laat u door letselschade experts informeren over onze werkwijze. Zijn kunnen u gelijk vertellen welke mogelijkheden u heeft.
U kunt ook direct uw schade bij ons melden, wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
Of belt u met ons GRATIS nummer (00800) 667 84 66. Uiteraard zijn wij ook per email bereikbaar via info@nostimos.nl